Het volgt eigenlijk steeds dezelfde lijn. Er is gemis. Ik mis E. en het leven wat we hadden. Dan wordt ik me bewust van de breuk en er volgt een soort van kortsluiting in mijn hoofd, gevolgd door boosheid op E. en wat er gebeurd is. Mijn kwaadheid op eigenschappen van E. waar ik altijd moeite mee had en die nu zo duidelijk aanwezig zijn, en soms ook een minderwaardigheidsgevoel door het idee dat E. de groeistappen heeft gezet en ik achterblijf als de verliezer. Dan, nog steeds in de boosheid bedenk ik dat E. niet is gegroeid, uitgaande van de manier waarop het gegaan is. En dat E. er nog wel op terug zal komen, want met die nieuwe liefde kan het toch niet wat worden als het zo begint? Om vervolgens te bedenken dat er tegelijk geen reden is waarom het niet stand zou houden en dat E. alleen maar gelukkiger wordt. En dat kan ik dan weer niet uitstaan! Dan voel ik me zo’n loser! En dat geeft dan zo’n ongelooflijk machteloos gevoel.
En ik geloof dat het dan altijd zo’n beetje stopt. Dan is het tijd mezelf ernstig toe te spreken. “Het heeft geen zin om van alles in te vullen over E. Richt je aandacht nou op jezelf! Geef De Gelukkige Single nou een kans!”
Echt, ik vind het dodelijk vermoeiend. Dat geslinger tussen verdriet, boosheid, hoop, liefde en wraak. En ik heb geen idee hoe het allemaal moet.



Schreef ik