Als kind al hield ik er van de korstjes van mijn schaaf- en valwonden te krabben. Een heerlijk gevoel. Je nagel onder een korstje zetten. Heel voorzichtig en zachtjes, om te kijken hoe ver je kon gaan. Of het korstje al los kwam. En dan, heel langzaam, er aan trekken. Jeukend lekker was dat. De schrik van het vallen was allang vergeten.
Dat is nu anders, de schrik zit er nog goed in.
Iedereen loopt toch kwetsingen op door het leven heen? Als kind, puber, jong volwassene, als ouder of als partner? Je schrikt, maar hoe ga je er mee om? Leer je als kind al om daar uiting aan te geven? Mag je primair reageren op de schrik zelf? Of laat je alleen zien wat er na de schrik komt, de woede of het verdriet?
Pechvogels die de schrik wegslikken en denken dat de reactie op de schrik de reactie zelf is van wat hen overkomt. Ik werd kwaad na de schrik zelf. De kwaadheid die ik voel gericht op het wegdrukken van de pijn, die ook zo kloterige pijn. En nu peuter ik dus steeds maar aan die korst die zich al aan het vormen is op de wond, om te zorgen dat de schrik en de pijn er uit kunnen, en de zaak van binnenuit mag genezen.
Niks, zand erover, werken en peuteren.

Schreef ik